Staken loont weer – De macht van vakbonden in een krappe arbeidsmarkt
Na de decennia van relatief hoge werkloosheid heerst er nu al enige jaren krapte op de arbeidsmarkt. De schaarste aan arbeid heeft de onderhandelingspositie van de vakbonden aanzienlijk verstevigd. Ondanks een structureel teruglopend ledenbestand weten de bonden bij CAO-onderhandlingen resultaten te behalen die in voorgaande jaren vrijwel ondenkbaar waren. Het stakingswapen kon in de meeste gevallen in de kast blijven.
De arbeidsmarkt is geen gewone markt, maar ook hier geldt de logica van vraag en aanbod. Werknemers kunnen hogere lonen en betere secundaire arbeidsvoorwaarden vragen. Maar ook collectieve acties, zoals stakingen, krijgen meer macht. In tijden van hoge werkloosheid konden zelfs grootschalige stakingen vaak niet veel tot niets afdwingen. In de huidige krappe arbeidsmarkt volstaan soms enkele kleine groepen stakers om volledige sectoren te ontregelen. Denk vooral aan bedrijfstakken waar het vervangen van personeel moeilijk ik, zoals de zorg-, energie- en transportsector. Zo worden ook de vakbonden, ondanks hun teruglopende ledenaantallen, weer strategische spelers van belang.

De opleving van de vakbond in een tijd van lage werkloosheid is zeker opmerkelijk. Een groeiende cultuur van individualisme, platformeconomie, en de groei van de diensteneconomie hebben de traditionele rol van de vakbond duidelijk uitgehold. De schaarste op de arbeidsmarkt lijkt nu echter als hefboom te werken. We zien een paradox die klassieke economen zou kunnen bekoren; minder leden, meer macht.
De stijgende inflatie heeft nu de dynamiek binnen de loononderhandelingen nog verder aangescherpt. Door stijgende prijzen in de winkel groeit de druk op de CAO-lonen. Vakbonden profileren zich als van ouds als de beschermers van de koopkracht van de werkende klasse. Werkgevers zijn in een krappe arbeidsmarkt sneller geneigd concessies te doen bij loononderhandelingen. De op zich nobele rol van de vakbond kent in deze situatie een economische keerzijde. Aanzienlijke loonstijgingen dragen al snel bij aan prijsopdrijving van consumptiegoederen. Hoger loon voor individuele werknemers pakt zo negatief uit voor de economie als geheel. Wanneer de bonden door kunnen blijven gaan met het bedingen van loonstijgingen van rond de 10%, dan zou de slogan van de (satirische) Tegenpartij uit de jaren ‘80 niet misstaan; ‘Samen voor ons Eigen’.
Het is echter zeker de vraag hoe duurzaam de recente opleving van de rol van de vakbeweging is. De factoren die jarenlang een langzame maar zekere teloorgang van de bonden bewerkstelligden zijn niet verdwenen. Jonge werknemers van nu hebben minder op met traditionele instituties zoals vakbonden. Het heeft er dan ook alle schijn van dat de huidige opleving van de machtspositie van de vakbonden eerder conjunctureel van aard is dan structureel.
De uitdaging ligt nu voor de vakbond in het vertalen van tijdelijke invloed naar blijvende relevantie. Aanpassingen lijken onvermijdelijk; nieuwe vormen van organisatie, oog voor bredere coalities en focus op sectoren waar arbeid voorlopig relatief schaars zal blijven. Of de vakbonden erin slagen hun nieuwe rol te spelen zal bepalen of hun recente wederopstanding is of een stap naar een toekomstbestendig herstel.
Binnen de economie is arbeid geen doorsnee productiefactor. Maar het is duidelijk dat schaarste een oude waarheid opnieuw aan het licht heeft gebracht. Wanneer arbeid schaars wordt, verschuift niet alleen de prijs maar ook de macht. Hoe de bonden in de toekomst om zullen gaan met deze nieuwe macht moeten we nog zien.






