web analytics

Archief van
Categorie: Essays etc.

Staken loont weer – De macht van vakbonden in een krappe arbeidsmarkt

Staken loont weer – De macht van vakbonden in een krappe arbeidsmarkt

Na de decennia van relatief hoge werkloosheid heerst er nu al enige jaren krapte op de arbeidsmarkt. De schaarste aan arbeid heeft de onderhandelingspositie van de vakbonden aanzienlijk verstevigd. Ondanks een structureel teruglopend ledenbestand weten de bonden bij CAO-onderhandlingen resultaten te behalen die in voorgaande jaren vrijwel ondenkbaar waren. Het stakingswapen kon in de meeste gevallen in de kast blijven.

De arbeidsmarkt is geen gewone markt, maar ook hier geldt de logica van vraag en aanbod. Werknemers kunnen hogere lonen en betere secundaire arbeidsvoorwaarden vragen. Maar ook collectieve acties, zoals stakingen, krijgen meer macht. In tijden van hoge werkloosheid konden zelfs grootschalige stakingen vaak niet veel tot niets afdwingen. In de huidige krappe arbeidsmarkt volstaan soms enkele kleine groepen stakers om volledige sectoren te ontregelen. Denk vooral aan bedrijfstakken waar het vervangen van personeel moeilijk ik, zoals de zorg-, energie- en transportsector. Zo worden ook de vakbonden, ondanks hun teruglopende ledenaantallen, weer strategische spelers van belang.

Grafiek Vakbondslidmaatschap
In 2025 waren er ruim 1,4 miljoen mensen lid van een vakbond. Dat zijn bijna 15 duizend vakbondsleden minder dan in 2023, een daling van 1 procent. Hiermee komt het aantal vakbondsleden op het laagste niveau sinds 1962. De afname is wel kleiner dan in 2023 (-63 duizend) en 2021 (-97 duizend). Het aantal vakbondsleden loopt al terug sinds 2012. Bron: CBS Dashboard Arbeidsmarkt

De opleving van de vakbond in een tijd van lage werkloosheid is zeker opmerkelijk. Een groeiende cultuur van individualisme, platformeconomie, en de groei van de diensteneconomie hebben de traditionele rol van de vakbond duidelijk uitgehold.  De schaarste op de arbeidsmarkt lijkt nu echter als hefboom te werken. We zien een paradox die klassieke economen zou kunnen bekoren; minder leden, meer macht.

De stijgende inflatie heeft nu de dynamiek binnen de loononderhandelingen nog verder aangescherpt. Door stijgende prijzen in de winkel groeit de druk op de CAO-lonen. Vakbonden profileren zich als van ouds als de beschermers van de koopkracht van de werkende klasse. Werkgevers zijn in een krappe arbeidsmarkt sneller geneigd concessies te doen bij loononderhandelingen. De op zich nobele rol van de vakbond kent in deze situatie een economische keerzijde. Aanzienlijke loonstijgingen dragen al snel bij aan prijsopdrijving van consumptiegoederen. Hoger loon voor individuele werknemers pakt zo negatief uit voor de economie als geheel. Wanneer de bonden door kunnen blijven gaan met het bedingen van loonstijgingen van rond de 10%, dan zou de slogan van de (satirische) Tegenpartij uit de jaren ‘80 niet misstaan; ‘Samen voor ons Eigen’.

Het is echter zeker de vraag hoe duurzaam de recente opleving van de rol van de vakbeweging is. De factoren die jarenlang een langzame maar zekere teloorgang van de bonden bewerkstelligden zijn niet verdwenen. Jonge werknemers van nu hebben minder op met traditionele instituties zoals vakbonden. Het heeft er dan ook alle schijn van dat de huidige opleving van de machtspositie van de vakbonden eerder conjunctureel van aard is dan structureel.

De uitdaging ligt nu voor de vakbond in het vertalen van tijdelijke invloed naar blijvende relevantie. Aanpassingen lijken onvermijdelijk; nieuwe vormen van organisatie, oog voor bredere coalities en focus op sectoren waar arbeid voorlopig relatief schaars zal blijven. Of de vakbonden erin slagen hun nieuwe rol te spelen zal bepalen of hun recente wederopstanding is of een stap naar een toekomstbestendig herstel.

Binnen de economie is arbeid geen doorsnee productiefactor. Maar het is duidelijk dat schaarste een oude waarheid opnieuw aan het licht heeft gebracht. Wanneer arbeid schaars wordt, verschuift niet alleen de prijs maar ook de macht. Hoe de bonden in de toekomst om zullen gaan met deze nieuwe macht moeten we nog zien.

Hotel Breiseth: Waar de Noorse kunst ontwaakte

Hotel Breiseth: Waar de Noorse kunst ontwaakte

Onderstaand artikel is een AI vertaling naar het Nederlandsch van een Noorse schrijfopdracht oorspronkelijk geschreven in het bokmål. Bokmål is een van de twee officiële schrijftalen in Noorwegen, naast nynorsk. Bokmål is de meest gebruikte variant in Noorwegen en wordt vaak geassocieerd met stedelijke gebieden en bredere communicatie, zoals in nationale kranten, boeken en officiële documenten.

In het centrum van het Noorse Lillehammer, een stad vooral bekend door de Olympische Winterspelen (1994) en bergachtige schoonheid, staat het Hotel Breiseth. Wat vandaag de dag een charmant, historisch verblijf is, was ruim een eeuw geleden het kloppende hart van de Noorse kunstwereld. Hier, tussen koffie, Aquavit, schilderdoeken en eindeloze gesprekken, legde een groep kunstenaars de basis voor wat uitgroeide tot een van de belangrijkste artistieke bewegingen in Noorwegen.

Aan het begin van de 20e eeuw trokken kunstenaars zoals Edvard Munch, Erik Werenskiold en Hans Gude weg uit de relatieve drukte van Oslo. Zij zochten het licht en de landschappen van Lillehammer, waar bossen, bergen en fjorden als natuurlijke inspiratie dienden. Het Breiseth hotel bood hen onderdak, en niet alleen in de letterlijke zin. Het was ook een plek voor creatieve ontmoeting. Schilders werkten er zij aan zij, wisselden ideeën uit en discussieerden tot diep in de nacht over kunst, natuur en niet te vergeten de Noorse identiteit.

De band tussen het hotel en zijn artistieke gasten was niet alleen cultureel, maar uiteindelijk ook praktisch. Kunstenaars hadden meer dan soms moeite om hun verblijf (en waarschijnlijk de drankrekening) te betalen en boden hun werken aan als alternatief betaalmiddel. Het Breiseth aanvaardde deze deal – waarschijnlijk niet beseffend dat het daarmee een indrukwekkende kunstcollectie aanlegde. Vandaag de dag hangt de geschiedenis aan de muren van het hotel: schilderijen die het ruige Noorse landschap tonen, met mistige fjorden, weidse luchten en verstilde dorpen. Dit zijn meer  dan schilderijen; het zijn stille getuigen van een tijd waarin de Noorse kunst zijn eigen weg vond.

Lees Meer Lees Meer

The Elite of the Elite: The American Express Centurion Card

The Elite of the Elite: The American Express Centurion Card

In the rarefied world of ultra-high-net-worth individuals, exclusivity is the ultimate currency. Few symbols capture this ethos as succinctly as the American Express Centurion Card, colloquially known as the “Black Card.” Launched in 1999 (in the Netherlands in 2005), it has since become an emblem of privilege, discretion, and financial prowess. Unlike other credit cards, it is not something one applies for; it is an invitation extended to a select few deemed worthy by American Express.

How Does One Attain the Black Card?

Securing a Centurion Card is less about aspiration and more about spending power. While American Express does not publicly disclose the exact criteria for an invitation, industry insiders suggest that prospective cardholders must demonstrate consistent annual spending of €250,000 to €500,000 on another American Express card, often the Platinum Card. In addition to this, a spotless credit history and significant liquid assets are prerequisites. The exclusivity is compounded by the fact that the Centurion Card is invitation-only; there is no application form, and certainly no customer service number to call for inquiries.

The Centurion Card is invitation-only

The Costs of Privilege

With great privilege comes great cost. The initiation fee for the Centurion Card is a steep €7,000, accompanied by an annual fee of approximately €5,000. These figures make the Platinum Card, with its €700 annual fee, seem modest by comparison. Yet, for its target audience, the price is less a financial hurdle and more a subtle reminder of the exclusivity they are buying into.

Lees Meer Lees Meer

Vladimir Putin – from autocracy to dictatorship (version 2)

Vladimir Putin – from autocracy to dictatorship (version 2)

Note: This short essay (an assignment in a course about Russian History) was written before the Russian invasion of the Ukraine

The Rise of Putin: From Oligarchic Support to Autocratic Rule

Vladimir Putin portret
Kremlin.ru, Vladimir Putin June 2016, CC BY 4.0

When Vladimir Putin emerged as the paramount force within the realms of Russia, it was upon the shoulders of the oligarchs, the nouveau riche of the post-communist era, that he ascended. As time spiralled forward, these once-powerful allies metamorphosed into Putin’s most vociferous critics and potent threats. Consequently, many of these titans of industry and wealth found themselves coerced into exile, their accumulated fortunes a mere remnant of their once dubious wealth. Their vacated seats of power and influence were hastily filled with Putin’s chosen and trusted oligarchs, establishing a new order of wealth and power.

The Evolution of Russian Governance under Putin

Recently, an unnerving shift has been discernible within the corridors of Russian governance. What once was a system veiled by the trappings of autocracy now treads ever-closer to a barefaced dictatorship. Putin, who has carved his name into history as the second-longest serving European president, seems cemented in his role. The alternative would be to topple the precarious edifice of oligarchic corruption that sustains his rule.

Lees Meer Lees Meer